Insecten in Amsterdam en omgeving

Een korte introductie
 

 
Startpagina
Inleiding
Insecten:
Haften
Libellen
Sprinkhanen
Wantsen en Cicaden
Gaas-, Elzen- en Schorpioen- vliegen
Dagvlinders
Nachtvlinders
Schietmotten
Vliegen en Muggen
Wespen
Bijen
Kevers
Overige insecten
Spinachtigen:
Spinnen
Hooiwagens

Overige ongewervelden

 

Er zit een insect in mijn tuin!

In elke tuin komen talloze insecten voor, maar wat doen die beestjes daar toch? Als tuinier ben je al gauw geneigd vooral aandacht te schenken aan insecten die schade toebrengen aan je planten. Bladluizen, schildluizen, rupsen: je bent ze liever kwijt dan rijk. En zo komen de insecten aan hun slechte naam.

En dat is jammer, want veel insecten vervullen een nuttige functie in de tuin. Ze bestuiven de bloemen, zijn voedsel  voor al die zingende vogels in en rondom de tuin en eten zelf weer lastige andere insecten als bladluizen. Kortom, ook in de tuin heeft elk beestje zijn plaats in de kringloop van het leven.  Zonder insecten zou het leven al gauw onmogelijk worden.

 Hoogste tijd dus om eens wat beter naar deze beestjes te gaan kijken. En kijken naar insecten is leuk, want vaak zijn ze erg mooi. Vlinders zijn daar natuurlijk een goed voorbeeld van, maar ook andere insecten zijn de moeite van het bekijken meer dan waard. En dat bekijken leidt dan al gauw tot de volgende vraag:

Maar eh... is het wel een insect?

Om maar eens iets te noemen: spinnen, hooiwagens, pissebedden, duizendpoten, regenwormen zijn allemaal geen insecten. Oorwormen wel!
We beginnen met een klein beetje systematiek. Het dierenrijk is opgesplitst in hiërarchisch geordende eenheden:
rijk -> stam -> klasse -> orde -> familie -> geslacht -> soort.

De insecten vormen een klasse binnen de stam van de geleedpotigen (arthropoda).

Enkele belangrijk kenmerken van insecten:

  1. Lichaamsbouw: kop, borststuk, achterlijf.
  2. Aan het borststuk zitten zes (drie paar) poten. Spinnen hebben acht poten en behoren tot een andere klasse: de spinachtigen (arachnida).
  3. Insecten hebben samengestelde ogen: de ogen zijn opgebouwd uit een heleboel zeshoekjes, die in elkaar passen. Daarnaast zitten er vaak boven op de kop nog een paar enkelvoudige puntoogjes ( ocellen).
  4. Volwassen insecten hebben meestal één of twee paar vleugels.

Er zijn ca. 25 insectenordes. De wetenschappelijke naam van deze ordes eindigt bijna altijd op "ptera", dat is Grieks voor "vleugels". Het eerste deel van het woord geeft dan vaak een eigenschap van die vleugels aan. Misschien aardig om te weten dat wetenschappelijke naamgeving in de biosystematiek een soort potjeslatijn is: er worden zowel Griekse als Latijnse woorden gebruikt.

Insecten ondergaan gedurende hun leven een gedaanteverwisseling of metamorfose. Bij sommige groepen is deze volledig (holometabool), bijv. vliegen en vlinders: uit het ei komt een made of larve, bij vlinders rupsen genoemd, die helemaal niet lijkt op het volwassen dier. Als de larve na meerdere vervellingen volgroeid is volgt een inactief popstadium. Hier komt na verloop van tijd het volwassen insect, imago genoemd, uit tevoorschijn. Er zijn ook groepen, bijv. wantsen en sprinkhanen, waar het jonge dier al min of meer op het volwassen insect lijkt. De vleugels zijn al als stompjes aanwezig en het dier verandert geleidelijk na meerdere vervellingen in het volwassen insect. Er is geen popstadium. Dit wordt een onvolledige gedaanteverwisseling genoemd (hemimetabool).

Het onvolwassen stadium, de larve, made of nimf, is het stadium van de groei: er wordt vooral gegeten. Het volwassen insect eet meestal weinig en is vooral gericht op de voorplanting. De levensduur van het volwassen insect is over het algemeen veel korter dan die van het jeugdstadium.

Op de volgende pagina's passeren insecten uit de verschillende ordes de revue. Ook enkele groepen die niet tot de insecten behoren komen aan bod: spinnen, hooiwagens en een verzamelgroep "overige ongewervelden".