De grotere meeuwensoorten worden in het Flevopark vertegenwoordigd door de Zilvermeeuw en Kleine Mantelmeeuw. De vleugels en rug van de Zilvermeeuw zijn lichter grijs van kleur dan die van de Kleine Mantelmeeuw en de poten zijn roze.

Twee Zilvermeeuwen op een lantaarnpaal bij de Valentijnkade, 18 April 2002:
startplaatje

De grotere meeuwensoorten krijgen pas het volwassen verenkleed na de najaarsrui in het vierde levensjaar. De vogel is dan dus ruim drie jaar oud. Het op leeftijd brengen van deze soorten, alsmede het onderscheiden van de soorten in de onvolwassen stadia is erg lastig en vaak alleen door experts te doen.
Hieronder volgen twee voorbeelden:
eerste winter   18 Januari 2002, Merwedekanaaldijk. Willem van der Waal, meeuwenexpert van de VWGA, heeft deze voor mij ge´dentificeerd als Zilvermeeuw. Ik werd zelf in de war gebracht door de groenige poten.
tweede winter?   27 Januari 2002, Nieuwe Diep. De vleugels hebben hier al voor een deel de uiteindelijke grijze kleur gekregen: dus geen Kleine Mantelmeeuw en ook geen eerste winter. Mij lijkt het een tweede winter, maar een derde winter durf ik niet uit te sluiten.